Cannabisgenetica verwijst naar de DNA-structuur van de plant, die de fysieke en chemische eigenschappen bepaalt. De DNA-structuur van cannabis bestaat uit twee hoofdtypen chromosomen: autosomen en geslachtschromosomen. Elke cannabissoort heeft een unieke set chromosomen, die de specifieke kenmerken ervan bepalen, zoals het aantal toppen dat het produceert, de hoogte en lengte van de plant, en het aroma en de smaak.
Cannabisafkomst daarentegen verwijst naar de afstamming van de plant. Het spoort de wortels van een soort op, wat aangeeft waar het vandaan komt en hoe het is ontstaan. Het begrijpen van de afkomst van een soort is essentieel voor telers omdat het hen helpt de groeiomstandigheden en het type voedingsstoffen te identificeren dat nodig is. Het helpt hen ook de potentiële eigenschappen van de plant te identificeren, zoals resistentie tegen plagen of ziekteverwekkers.
De afkomst van een cannabissoort kan worden teruggevoerd op de ouderlijke soorten, die worden gekweekt om een nieuwe soort te creëren. Kwekers mengen twee of meer soorten met gewenste eigenschappen en kweken ze om zaden te produceren. Deze zaden worden vervolgens geplant, en de resulterende planten worden bestudeerd om te identificeren welke de gewenste kenmerken hebben. Deze planten worden vervolgens gebruikt om nieuwe soorten te creëren, en dit proces wordt herhaald over meerdere generaties om de kwaliteit van de soort te verbeteren.
De afkomst van een cannabissoort speelt een belangrijke rol in de populariteit ervan bij consumenten. Sommige soorten kunnen bijvoorbeeld afkomstig zijn van een lange lijn van soorten met een hoge potentie, terwijl andere een uniek aroma of smaak hebben die consumenten aanspreekt. Het kennen van de afstamming van een soort kan consumenten helpen de effecten en kenmerken van een bepaalde soort te voorspellen voordat ze een aankoop doen.